Bestuur en organisatie
Een school heeft altijd iemand die verantwoordelijk is voor de leerlingen en, bij grotere scholen, voor het totaal aan leerkrachten en leerlingen. In de zeventiende eeuw werden scholen vaak bestuurd door de kerk, die een daarvoor geschikt persoon aanstelde als onderwijzer, die dat vaak combineerde met de functie van koster en organist. Op deze ‘geschiktheid’ viel dikwijls wat af te dingen. Na de invoering van de schoolwetgeving aan het begin van de negentiende eeuw begon dit meer gestructureerd te verlopen.
Aan het begin van de negentiende eeuw werd onderwijs een staataangelegenheid en werd het losgekoppeld van de kerk. In 1801 stelde de Bataafsche Republiek het rijksschooltoezicht in. Sindsdien hebben tal van veranderingen, verbeteringen en schaalvergrotingen plaatsgevonden op het terrein van bestuur en organisatie. In onze tijd zijn scholen uitgegroeid tot volwaardige professionele instituten. Zij bundelen hun krachten in sectororganisaties, organisaties van school- of instellingsbesturen Deze organisaties zijn er voor alle onderwijssectoren van primair onderwijs tot hoger onderwijs.
-
Ook in de late middeleeuwen werden al regels voor scholen en bestuur daarvan op schrift gesteld.
Afbeelding van een keurboek met daarin oudste schoolregels van Delft (1547).
-
Van 1799 tot 1805 was Van der Palm minister van onderwijs (Agent voor Nationale Opvoeding) in de Bataafse Republiek en het Bataafs Gemenebest. Hij regelde als minister het lager onderwijs in drie wetten (1801, 1803 en 1806), maar zijn Schoolwet werd pas definitief ingevoerd in 1806.
J.H. van der Palm (1763-1840).
-
Na de invoering van de eerste schoolwetten in het begin van de negentiende eeuw werden er eisen gesteld aan degenen die onderwijs gaven. Hier een Akte van algemeene Toelating tot Schoolhouderesse (1853) voor een Bewaarschoolhoudster.
-
Een ander voorbeeld van het stellen van eisen aan onderwijsgevenden was de invoering van onderwijzersrangen in de negentiende eeuw. Hier een voorbeeld van een Akte van algemeene Toelating tot Schoolonderwijzer ‘van den vierden of laagsten rang’ (1856).
-
Nadat op onderwijsgebied de staat het heft in handen nam, werd het onderwijs in de klassen ook geïnspecteerd door schoolopzieners, zoals Dr. J.H. Kroon, Inspecteur op het L.O. in de provincie Gelderland (1881).
-
Leidinggevenden en ondergeschikten gezamenlijk op de foto in 1934. Bestuur en personeel van de Koningin Wilhelminaschool te Giessendam.
-
In 1968 werd de Mammoetwet van kracht. Deze bracht een grote organisatorische verandering in het voortgezet onderwijs teweeg.
-
De ‘sociale quaestie’, het armoedevraagstuk van de negentiende eeuw, deed verlicht of religieus gemotiveerde hervormers in 1874 instemmen met het beroemde Kinderwetje van Van Houten, dat gericht was tegen de toen nog algemeen heersende kinderarbeid.
Mr. Samuel van Houten (1837-1930).
Men spreekt van ‘good governance’, een term uit de bedrijfskunde die ook voor ondernemingen gebruikt wordt, als men het heeft over het besturen van scholen. Daarmee duidt men aan hoe een school goed, efficiënt en verantwoord geleid moet worden. Het omvat daarnaast ook de relatie met de belangrijkste stakeholders (belanghebbenden) van de school zoals de ouders en leerlingen, afnemend werkveld en vaak ook de werknemers (vooral de leerkrachten). Voor een deel vindt dit plaats via medezeggenschapsraden, waarin de ouders van de leerlingen en de leerkrachten meepraten, dat wil zeggen medezeggenschap hebben, over de inhoud en de uitvoering van het onderwijs. In het voortgezet onderwijs, het mbo en het hoger onderwijs maken ook leerlingen en studenten hier deel van uit. De besturing van scholen laat verschillende lagen zien. De leerkrachten geven les aan de leerlingen. Het schoolhoofd, de directeur of de rector sturen de leerkrachten aan. Zelf moeten zij op hun beurt verantwoording afleggen aan hun bestuur maar ook aan de overheid. De overheid heeft voor toezicht op de scholen gezorgd, door in 1801 de Inspectie van het Onderwijs in te stellen. Deze bewaakt de kwaliteit van het onderwijs op individuele scholen in het onderwijs. Scholen moeten zich verantwoorden over hun onderwijs, niet alleen over de prestaties van de leerlingen, maar ook over hoe de school werkt aan burgerschap en sociale veiligheid. De inspectie controleert of scholen zich houden aan wet- en regelgeving en of een school de bedrijfsvoering in orde heeft, bijvoorbeeld ze het geld krijgen waar ze recht op hebben en dit uitgeven volgens de regels.











