Leerplicht en onderwijstijd
Vóór 1900 was er geen leerplicht. In 1901 werd de leerplichtwet ingevoerd. Wat hield deze wet precies in? En hoe werd schooluitval tegengegaan? In het hedendaagse onderwijs wordt er gesproken over zaken als onderwijstijd, contacturen en studielasturen. Wat is de betekenis van deze begrippen?
Op de negentiende-eeuwse plattelands- en stadsscholen, bestemd voor kinderen uit de volksklasse, waren de schoolvakken beperkt. Daarnaast hielden ouders hun kinderen vaak thuis om hen deel te laten nemen aan de huishoudelijke taken of arbeid. Het kinderwetje van Van Houten uit 1874, had weliswaar de fabrieksarbeid verboden voor kinderen onder de twaalf jaar, land- en thuisarbeid waren nog altijd toegestaan. Van handhaving van de wet was bovendien nauwelijks sprake. Van Houten’s voorstel de leerplicht in te voeren, werd niet door de Kamer aangenomen. Vanaf 1901 verplichtte de leerplichtwet kinderen van zes tot twaalf jaar tot het volgen van onderwijs. Er werden commissies tot wering van schoolverzuim ingesteld om het spijbelen tegen te gaan. Het duurde echter nog decennia voordat het belang van het onderwijs door alle ouders werd aanvaard. Vooral in agrarische gebieden was het verzet tegen de leerplicht groot. Ondanks de lange vakanties en de aan de bedrijfsvoering aangepaste schooltijden.
-
Kinderen gaan op tijd het schoolgebouw in (circa 1920).
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Op straat spelende kinderen in een arme wijk in Amsterdam voor de invoering van de leerplicht (omstreeks 1900).
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Kind in een gang van een schoolgebouw (circa 1920).
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Twee Delftse jongens die op spijbelen zijn betrapt, schrijven hun strafregels onder het toeziend oog van een politiebeambte (1942).Tekst op de achterzijde foto: 'De nieuwe problemen van alledag vroegen om nieuwe maatregelen: kinderen, die zich schuldig maakten aan straatschenderij of spijbelen, moesten in sommige steden strafregels schrijven onder politietoezicht.'
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Drie kinderen in oorlogstijd (1940-1945).
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
De opleiding wordt afgerond met een examen (1970)
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
In 1969 werd een wijziging in de leerplicht doorgevoerd, die de ouders of opvoeders verplichtte te zorgen dat hun kind als leerling van een school was ingeschreven en de school regelmatig bezocht. Het kind moest vanaf toen tenminste negen jaar de school bezoeken en wel tot het einde van het schooljaar waarin het zestien jaar werd. Burgemeester en wethouders zagen toe op de naleving van de wet en overtreders konden worden gestraft met geldboetes. In de praktijk waren het echter de toezichthouders – leerplichtambtenaren – die op naleving van de leerplichtwet toezagen.
In 1975 werd de leerplichtperiode weer verlengd. Deze ging naar tien jaar en bovendien bleef een kind na die tien jaar nog gedeeltelijk leerplichtig – twee dagen per week – tot en met het schooljaar waarin het kind zeventien werd. In 1994 werd de leerplichtwet gewijzigd en herzien: er werd de nadruk gelegd op een goede registratie en scholen kregen de plicht om ongeoorloofd verzuim te melden. In september 1985 werd de Wet op het basisonderwijs ingevoerd. Daarbij werd de kleuterschool voor kinderen van vier en vijf jaar samengevoegd met de lagere school tot de basisschool. Tegelijkertijd werd hiermee het begin van de leerplicht vervroegd. Kinderen moeten nu naar school vanaf de eerste schooldag van de maand na de maand waarin ze vijf worden.
Sinds 1 augustus 2007 bestaat er de kwalificatieplicht met als doel het verminderen van de schooluitval. De leerplicht is verlengd van gedeeltelijk leerplichtig vanaf zestien jaar naar volledig leerplichtig tot achttien jaar voor die jongeren die geen startkwalificatie hebben gehaald (een diploma op minimaal mbo-niveau 2, HAVO of VWO). De gemeenten houden toezicht op de leerplicht door middel van hun leerplichtambtenaar. Deze kan een proces-verbaal opmaken voor elke ongeoorloofde afwezigheid van de leerling. De boete is vijftig euro per kind per dag.
Schooltijd is de periode dat een kind, scholier of student de dag doorbrengt op een school. Zo heeft een basisschool een vaste dagindeling van maandag tot en met vrijdag. In vroeger eeuwen bestonden de vrije woensdagmiddag en zaterdag nog niet. Ook het aantal vakantiedagen is toegenomen.
De onderwijstijd is de tijd voor activiteiten uit het onderwijsprogramma die de overheid daartoe rekent. De regels hiervoor zijn dat het onderwijs moet worden gegeven door pedagogisch-didactisch bekwaam onderwijspersoneel en dat het deel moet uitmaken van voor de leerlingen verplichte onderwijsprogramma. Daarnaast moet het door een inspirerend en uitdagend karakter een zinvolle invulling van de totale studielast (het verplicht aantal uren) van de leerlingen geven.
Met contacturen wordt het aantal uren bedoeld dat voor een bepaald opleidingsonderdeel is uitgetrokken om effectief onderwijs (effectieve leertijd) te geven. Daarbij kan het gaan om theoretische lessen (hoorcolleges), oefeningen en leerbelevenissen. Ook projectwerk komt in aanmerking, zolang er maar reëel contact is tussen student en docent.
Een studielastuur is een tijdseenheid om per vak en voor alle vakken samen, voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (havo en vwo), aan te geven hoe zwaar het vak telt in het vakkenpakket bestaande uit diverse profielen.









