Onderwijsmethoden
Leerlingen in het primair en het voortgezet onderwijs krijgen nog altijd veel lessen uit boeken. Middelbare scholieren hebben zelfs een boekentas, waarin ze voor de vakken die ze op een bepaalde dag krijgen, hun schoolboeken meedragen. De collectie van het Nationaal Onderwijsmuseum bevat een omvangrijke verzameling oude schoolboeken, die teruggaat tot de zeventiende eeuw. Pedagogen en didactici maken al eeuwenlang gebruik van het schoolboek: het is een geschikt hulpmiddel waarmee kennis en vaardigheden overgedragen en aangeleerd kunnen worden.
De naar Nederland uitgeweken Tsjechische pedagoog Jan Amos Comenius (1592-1670) stelde als eerste een schoolboek samen waarmee leerlingen door middel van woord en beeld taal konden leren, de Orbis pictus sensualium (1658, De wereld in beelden). Met behulp van plaatjes met daaronder woorden in de klassieke en de moderne talen werd de voor kinderogen verwarrende, chaotische wereld geordend en toegelicht. Objecten en situaties uit het dagelijkse leven – zoals de keuken, de kapperszaak, het schoollokaal en de stal – werden duidelijk in woord en beeld voorgesteld.
Geïnspireerd door Comenius is de wereld van de pedagogiek tegenwoordig een reusachtige verzameling van teksten, afbeeldingen en ook leermiddelen (objecten) geworden. Bekende pedagogen zoals Friedrich Fröbel (1782-1852) en Maria Montessori (1870-1952) ontwikkelden onderwijsmethodes waarmee kleuters tot op de dag van vandaag leren hoe te strikken en te vouwen, en waarmee kleuren en vormen herkend kunnen worden. Het werk van Fröbel en Montessori wordt tot op de dag van vandaag gebruikt.
Deze leermiddelen vinden we in uiteenlopende vormen overal in het onderwijs terug. Veel Nederlandse scholieren hebben leren lezen met het leesplankje aap roos zeef (1906) van de katholieke onderwijzer frater Eythymius Becker of met aap noot mies (1910) van de onderwijzers M.B. Hoogeveen en Jan Ligthart. Ook bij het rekenonderwijs, met de methode van Willem Bartjens (1559-1638) als bekendste oude rekenboek, maken onderwijzers al sinds de negentiende eeuw gebruik van leermiddelen en afbeeldingen, zoals breukenborden, breukenappeltjes en ook lesboeken waarin aan de hand van plaatjes de kunst van het cijferen wordt uitgelegd. In het aardrijkskunde- en geschiedenisonderwijs gebeurde dat met landkaarten en schoolplaten. Bij vakken als biologie, scheikunde en natuurkunde brengen schaalmodellen het menselijk lichaam, flora en fauna, chemische en fysische processen duidelijk en eenvoudig in beeld.
-
Leesplank aap, noot, mies (1931). In Nederland zijn door de eeuwen heen verschillende leesmethodes ontwikkeld om kinderen te leren lezen. Een van deze leermiddelen is de nog altijd beroemde leesmethode “aap noot mies van M.B. Hoogeveen” (1863-1941), die in 1910 uitkwam.
© Noordhoff Uitgevers, Groningen | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Pagina uit de Orbis pictus sensualium (1658) – de wereld in beelden, van de Tsjechische pedagoog Jan Amos Comenius (1592-1670). Hij stelde als eerste een schoolboek samen waarmee leerlingen door middel van woord en beeld taal konden leren.
Comenis Orbis Pictus | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
De deelbare houten appeltjes stellen aanschouwelijk voor wat een breuk is. (Critas leermiddelen, Doorn circa 1920)
Breukenappeltjes | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Een ABC-plankje of hornbook is een klein rechthoekig plankje met aan de ene kant het alfabet en aan de andere kant of het Onze Vader of een andere religieuze tekst. Met het ABC-plankje hadden leerlingen altijd het alfabet, dat uit het hoofd moest worden geleerd, bij de hand.
ABC-plankje of Hornbook (circa 1780) | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
De bekende schilder, beeldhouwer en lithograaf Friedrich Specht (1839-1909), gespecialiseerd in dieren, maakte voor het Duitse onderwijs een serie schoolplaten, waaronder “De bruine beer”. De Groningse uitgever P. Noordhoff verwierf deze afbeeldingen en maakte er schoolplaten van voor het vak Natuurlijke Historie.
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Veel Nederlandse schoolkinderen leerden vanaf 1910 lezen met het leesplankje aap noot mies, de bijbehorende vertelselplaat, het letterdoosje, lesboekje en het klassikale leesbord. Voor het katholieke onderwijs ontwierp de Tilburgse frater Euthymius Becker (1874-1946) al in 1905 het plankje aap roos zeef.
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
Tegenwoordig gebruiken docenten vaak een digitaal schoolbord, ook wel smart board (letterlijk een ‘slim schoolbord’ ) genoemd – de vervanging van het zwarte en groene krijtbord. Daar kan niet alleen op geschreven worden, maar ze zijn ook geschikt om films en afbeeldingen te presenteren. De nieuwste ontwikkeling is de introductie van “ educatieve games” in het onderwijs: de uit de spellenindustrie afkomstige computergames dienen als voorbeeld voor het ontwikkelen van onderwijsmethoden. Naast de traditionele lesboeken bevat de schooltas van de 21ste-eeuwse leerling dan ook een laptop voor computergestuurd onderwijs.










