Zorg voor de leerling
In het onderwijs moet iedere leerling zich optimaal kunnen ontwikkelen. Die zorg voor de leerling wordt binnen de school geregeld, bijvoorbeeld door persoonlijke begeleiding van een mentor in het voortgezet onderwijs. Maar de school kan dit niet alleen en wordt daarom soms ondersteund door externe organisaties.
Vanaf het vierde jaar neemt de schoolarts de medische zorg voor een kind over van het consultatiebureau. Tijdens de basisschool wordt een kind twee of drie maal uitgenodigd voor een bezoek aan de schoolarts. Naast een medische controle let de schoolarts ook op sociaal-emotionele ontwikkeling, de motoriek, spraak, gehoor en geeft bijvoorbeeld advies over gezonde voeding en veiligheid. De schoolarts behandelt een kind niet zelf, maar verwijst, indien nodig, door naar de huisarts, de jeugdhulpverlening of specialisten als logopedisten en orthopedagogen.
-
In 1921 werd in Dordrecht de eerste schooltandarts aangesteld.
Op deze foto controleert de tandarts de leerlingen van een middelbare school (circa 1935) | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum
-
Op de achterzijde van deze foto is een bericht uit het tijdschrift “De Prins” (9 mei 1942) geplakt: ‘Het is het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd gelukt een behoorlijke hoeveelheid vitamine C- tabletten te krijgen. Voor gratis verstrekking komen in de eerste plaats de schoolgaande kinderen in aanmerking. Op commando: "Eén, twee, drie, slikken” verdwijnt het tabletje in de kelen der schooljeugd.
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
In 1904 verschenen de eerste schoolartsen in het onderwijs. In de beginperiode constateerden artsen vaak ondervoeding bij lagere schoolkinderen. Tegenwoordig kampen veel leerlingen met overwicht. De huidige schoolartsen hanteren dezelfde strategie als hun collega’s aan het begin van de vorige eeuw: voorlichting over juiste voeding, die niet te veel of te weinig was (en is), maar te eenzijdig.
Foto van geneeskundig onderzoek op school. De schoolarts bekijkt de oren van een kind | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum
-
“ Elke dag een kwart liter schoolmelk: jong geleerd is oud gedaan.”
Melk drinken op school (circa 1985) | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam
-
Tijdens de laatste oorlogsjaren was het met de voedselvoorziening erbarmelijk gesteld. Velen kwamen om van honger en ellende en de rest van de bevolking was totaal ondervoed, vooral de kinderen. Direct na de bevrijding bereidden zeven Amsterdamse huishoudscholen dagelijks extra maaltijden voor de ondervoede kinderen.
Op deze foto krijgen ondervoede kinderen een extra maaltijd geserveerd op een huishoudschool (1945).
-
Uit een enquête naar de toestand van het ‘badwezen’ uit 1907 bleek dat het met de hygiëne niet best gesteld was. Het schoolbad bood uitkomst. Leerlingen douchten in commandobaden, die vanuit een centraal punt werden bediend.
Foto van het Reizend Badhuis van de Nederlandsche Vereeniging voor Volks- en Schoolbaden | Collectie Nationaal Onderwijsmuseum
-
In 1937 werden door het Centraal Schoolmelkcomité in een Rotterdamse achterstandswijk de eerste flesjes schoolmelk uitgedeeld. Aan het einde van de jaren vijftig kregen bijna alle leerlingen schoolmelk.
Op de foto deelt een onderwijzers melk uit (circa 1960). Op de achtergrond is het klassikale leesbord aap noot mies te zien.
Deze schoolartsen werden begin twintigste eeuw voor het eerst aangesteld. Zij moesten afwijkingen en ziektes vroegtijdig signaleren en behandelen. Hygiëne was toentertijd namelijk een belangrijk punt van aandacht, óók in het onderwijs. De onderwijzer controleerde bijvoorbeeld de handen en de nagels van de leerlingen, deze dienden meerdere keren per dag gewassen worden. Op veel scholen hing achter in de klas een fonteintje. In deze periode werd ook voor het eerst schoolmelk werd uitgedeeld aan leerlingen. Veel kinderen waren ondervoed en hadden een gebrek aan calcium.
De zorg voor de leerling is meer dan alleen het lichamelijke en medische gedeelte. Er kan ook professionele hulp nodig zijn voor bijvoorbeeld leerachterstanden, als er vroegtijdige schooluitval dreigt, of wanneer er gedragsproblemen zijn. In overleg met de ouders wordt dan het Zorg Advies Team (ZAT) ingeschakeld. Dit team bestaat uit personeel van de school dat zich met leerlingenzorg bezighoudt, maar ook uit medewerkers van buiten de school zoals de leerplichtambtenaar, medewerkers van Bureau Jeugdzorg, medewerkers van de schooladviesdienst en de traditionele schoolarts.












